Soms valt de vraag op verjaardagsfeestjes wat ik doe. Vaak hapert mijn gedachtegang dan even. Te kort voor de vragensteller om te op merken, maar lang genoeg om er zelf wel notie van te hebben. Want meld ik dat ik docent Nederlands ben, of ga ik voor vakdidacticus Nederlands of wordt het lerarenopleider? “Lood om oud ijzer” hoor ik misschien denken, maar er is wel degelijk een verschil. Ik voel me namelijk echt alle drie, de drie functies zijn ook alle drie belangrijk en ze zorgen samen voor mijn werkplezier.
Docent Nederlands ben ik al een jaar of vijfentwintig en daar kan ik mijn veel van mijn passie rondom literatuur, lezen en taalvaardigheden kwijt. Leerlingen/studenten enthousiasmeren voor de laatste literatuur en ze met elkaar in gesprek laten gaan daarover en iedere keer weer merken dat ik dan zelf ook m’n mond niet dicht kan houden, blijft leuk. Net zoals het belangrijk is ze te laten ervaren en inzicht te geven in wat bijvoorbeeld de kracht van ethos, pathos en logos is in taal, mondeling of schriftelijk, off- of online.
Een jaar of vijftien geleden ontdekte ik hoe geweldig het is om leraren in opleiding te begeleiden. Aan de ene kant om je expertise met ze te delen, expertise uit de praktijk die echt aanvullend is op de expertise vanuit de opleiding, maar zeker ook omdat het verrijkend is voor mijn eigen onderwijs. Feedback van leraren in opleiding is een interessante spiegel in een professie waar weinig tijd is voor intercollegiale lesbezoeken. En natuurlijk, de zelf ontworpen lessen zijn mooie input voor je eigen les. Beter goed gejat dan slecht verzonnen.
Sinds tien jaar ben ik me ook meer bewust van mijn rol als vakdidacticus. Op de verschillende lerarenopleidingen Nederlands voel ik me verantwoordelijk om op de hoogte te zijn van de nieuwe ontwikkelingen binnen de vakdidactiek. Het onderwijs hier biedt me ook meer mogelijkheden. Geen methodes om te volgen, maar gelukkig ook meer ruimte om na te denken over mijn onderwijs. Dus weer in de boeken, de vakbladen en inspiratie op doen bij congressen. En afwegingen maken, prioriteiten stellen om te zorgen dat ik de nieuwste inzichten kan koppelen aan de nieuwste inhouden en dat ook nog zo veel mogelijk volgens het principe “Teach what you preach”. Dat alles binnen meer kaders van buitenaf (krimpende groepen, krimpende onderwijsbudgetten, getouwtrek over het evenwicht tussen vak-vakdidactiek-pedagogiek binnen de opleiding; een volledige opsomming zou een aparte column opleveren) dan ik van te voren had kunnen bevroeden.
Dus mocht je me een volgende keer op een borrel tegenkom en je vraagt me wat ik doe, weet dat ik het heel graag vertel maar dat het even vergt om mijn verschillende “persoonlijkheden” toe te lichten.